Skip to content

Liever alleen

In de eerste kennismaking ontmoet ik haar stevige persoonlijkheid. Ze heeft een leidinggevende functie, woont alleen en omschrijft zichzelf als zelfstandig, nuchter en sterk.

'Ik ben eigenlijk niet zo'n relatiepersoon. Ik vind het heerlijk om mijn eigen gang te gaan. Liever alleen dan afhankelijk van iemand.' Ze zegt het met een rechte rug en heldere stem. Voor twijfel geen ruimte.

Tijdens de training valt me op dat ze wat verstilt, wanneer anderen vertellen over verbinding, gemis of verlangen. Haar blik wordt strakker en haar houding oogt afstandelijk. Soms maakt ze een relativerende opmerking of een grapje.

In een oefening vragen we de deelnemers stil te staan bij een plek waar ze zich werkelijk gedragen voelen. Ik zie hoe haar lijf zich verder schrap zet. Ze merkt spanning op tussen haar schouderbladen. Haar borst voelt strak.

'Ik heb gewoon niet zoveel nodig van andere mensen.', zegt ze.

Later in een systemische opstelling rond het thema nabijheid, kiest ze een plek aan de rand van de ruimte. Ik vraag haar hoe het daar is.

'Veilig.', antwoord ze.

Na een stilte voegt ze eraan toe: 'Maar ook een beetje eenzaam misschien.' Dat laatste lijkt haar zelf te verrassen.

Ik nodig haar uit die eenzaamheid verder te onderzoeken. Ze begint te vertellen. Als kind leerde ze al jong om haar verlangen aan nabijheid in te slikken. Haar moeder was emotioneel weinig beschikbaar en haar vader werkte veel. Wanneer ze behoefte had aan troost of aandacht, was er vaak niemand die werkelijk afstemde.

Het verlangen bleef bestaan, maar het uiten ervan gaf het pijnlijke gevoel niet gezien en gehoord te worden.

Haar overtuiging werd: 'Ik heb niemand nodig.' Een oude aanpassing die zich herhaalt in het hier en nu.

Het is niet perse een waarheid. Maar ooit was het veiliger dan voelen hoezeer ze iemand nodig had.

Niet verlangen doet dan minder pijn, dan verlangen zonder antwoord. Niet missen doet minder pijn dan erkennen wat er ontbreekt.

Wanneer ze in de opstelling een stap zet richting de representant die staat voor verbinding, vullen haar ogen zich met tranen.

'Ik dacht altijd dat ik koos voor alleen,' zegt ze zacht. 'Maar misschien ben ik vooral gestopt met hopen op verbinding.'

Haar blik verzacht in iets van ontroering. Zo ontstaat ruimte voor een andere beweging. Een beweging die laat ervaren dat meer nabijheid en verbinding, niet hetzelfde is als afhankelijk worden of jezelf weggeven.

Een beweging van weer leren verlangen. Dichterbij een ander, maar vooral dichterbij zichzelf.

We ronden af met een gedicht van Stef Bos:

Liever alleen
Zegt ze met een rechte rug
en een zekerheid in haar ogen
die elk moment kan omslaan in het tegendeel

Ze houdt zich sterk
door niet te missen wat ze mist
door niet te verlangen wat ze verlangt
door niet te dromen waarvan ze droomt

Meer weten?
Lees meer over de training Webinar

Andere berichten

Blog#7

Alleen zijn doet minder pijn

Over sterke schouders, zware lasten, en de prijs die je daarvoor betaalt. En over hoe 'er zijn' voor de anders soms al genoeg kan zijn.

Blog#6

Hoe jouw volle blaas mij confronteerde met mijn oude pijn

Over hoe ik mijzelf in mijn dochter herken, ook op punten waar ik dat liever niet wilde. Over spiegelen en wijze lessen van een kleuter. 

Blog#5

Hoe we de ander niet laten zien wat we eigenlijk nodig hebben

Hoe we soms het tegenovergestelde doen, van waar we behoefte aan hebben. Over in en uit contact gaan. En hoezeer we contact nodig hebben.

Blog#4

Het gevaar van de veilige weg

Waarom het zo lastig is om iets te veranderen. Ook wanneer je eigenlijk al weet dat dit beter zou zijn. Over het ongemak opzoeken.

Blog#3

Je lijf vertelt waar het knelt

Alles wat we meemaken, slaat ons lijf op. Ons lijf weet dan ook vaak als eerste wat er aan de hand is. Als we verliefd zijn, gaat ons hart sneller kloppen. Als we verlegen zijn, gaan we blozen. Contact maken met je lijf, helpt je om te voelen waar het echt om gaat.

Blog#2

Helen kent vele vormen

Soms ben je het even kwijt. De reden waarvoor je het allemaal doet. Als mij dat overkomt, denk ik terug aan dat eerste gesprek met die eerste patiënt.