Blog#41
Tevoorschijn komen
Over onzichtbaar zijn, wegglippen, en de moed om tevoorschijn te komen.
‘Ik gun jou nog veel leidinggevenden bij wie je helemaal jezelf kunt zijn.’
Dat zei een intervisiegenoot jaren geleden tegen mij. Die zin bleef hangen. Ik heb er lang op gekauwd.
Ik heb niet voor niets een eigen bedrijf. Ik heb graag zelf de touwtjes in handen. Werken voor een ander vond ik vaak ingewikkeld.
Ben ik eigenwijs? Ja. Maar nog meer dan dat, word ik bang dat ik niet doe wat de ander van mij verwacht. Er wordt dan in mij snel iets wakker van aanpassen, van het goed willen doen voor de ander. Zeker als die ander boven mij staat. Dan raak ik mezelf gemakkelijk kwijt.
Dat gaat over verticaliteit in contact. Over ordening. Over hoe je je verhoudt tot iemand die formeel of gevoelsmatig ‘boven’ je staat. In mijn geval raakt dat aan een oude beweging: het jonge meisje dat het graag goed wil doen voor haar ouders. Die dynamiek neem je vaak ongemerkt mee in werkrelaties.
Als eigenaar van Hartlanders heb ik geen leidinggevende boven mij. Wel heb ik door de jaren heen moeten leren samenwerken met mijn medetrainers. Om gaandeweg te ervaren dat ik met een collega naast mij op de trainersstoel, zelf een betere trainer kan zijn.
Echte samenwerking gaat over horizontaliteit in het contact: iemand die naast je staat.
In mijn eentje een training geven kan ik goed. Samen trainen vroeg iets anders van mij: leren leunen, leren vertrouwen. Ook wanneer een collega het anders doet dan ik. En vertrouwen dat die collega mij welkom heet met mijn eigenheid. Dat je samen staat, ergens bij hoort.
Hier raakt horizontaliteit direct aan leiderschap.
Een belangrijk facet van leiderschap is dat je je gevoel van erbij horen niet haalt bij de mensen die jij leidt of begeleidt, maar op een horizontale plek: bij naaste collega’s, in vriendschappen, je sportclub of je relatie.
Wanneer ik voel dat ik niet alleen sta, kan ik mijn plek als trainer beter bewonen. Dan loop ik minder het risico behoeftig te worden naar deelnemers. Ik draag, zonder te trekken. Ik begeleid, zonder te pushen. Zodat er ruimte ontstaat voor de eigen beweging van de ander.
Misschien had mijn intervisiegenoot gelijk. Mezelf zijn leerde ik in contact met mensen boven mij, maar ook met de mensen die naast mij staan. Lidmaatschap komt vóór leiderschap: voordat je anderen kunt leiden, is het belangrijk dat je zelf ergens een plek hebt waar je je gedragen weet.
Dat is voor mij stevig leiderschap: je laten dragen, maar wel op de juiste plek
Meer weten? Lees meer over de training Samenwerken in verbinding