Blog#40
Wat als ik het niet meer weet?
Over hoe je het niet-weten kan leren en wat het je oplevert. Over je eigen landkaart en hoe dat niet het hele gebied is.
Hij was vijf. Kleine behendige handjes, regenlaarsjes aan, hoog in een boom. Op het punt waar de takken dun worden, kijkt hij trots naar beneden.
‘Kijk mama, hoe hoog ik ben!’
Hij zwaait naar me met één los handje.
Onderaan die boom sta ik. Mijn hart in mijn keel.
‘Je bent wel héél hoog. Doe je voorzichtig? Ik vind het een beetje eng.’
Dan komt zijn stem van boven:
‘Mama, waarom ben je altijd zo bang?’
Bam. Zo’n vraag die je niet loslaat.
Want ja — angst is voor mij een bekend terrein. Een trouwe waakhond, die het soms wint van mijn spontaniteit en levenslust. Mijn angst werkt door, ook op mijn zoon. Mijn blik — bezorgd, beperkend — heeft invloed op de ontwikkeling van zijn autonomie. Durft hij risico te nemen? Te vallen, te leren, te groeien?
Het onderzoeken van mijn eigen angst heeft me niet angstvrij gemaakt — maar wél vrijer. Minder gestuurd door vermijden, meer geleid door verlangen. Daardoor ervaart ik meer ontspanning, meer durf, meer speelsheid en plezier. Hang ik ook weleens samen met mijn zoon in een boom. Al komt hij inmiddels op een leeftijd dat hij dat gênant begint te vinden…
Als trainer en coach werk ik veel met mensen die hun eigen grenzen onderzoeken. Vaak is er onderliggend ook angst. Angst om niet goed genoeg te zijn. Angst om ruimte in te nemen. Angst om fouten te maken. De ontwikkeling van autonomie vraagt om een zekere mate van risico. De moed om toch te bewegen, ondanks de stem die zegt: ‘niet doen’. Leven vraagt dat ook. Hoog in een boom, op je werk, in de kroeg of waar je dan ook bent.
Durf jij te onderzoeken wat jouw angst je vertelt? En wat jouw autonomie nodig heeft?
Meer weten? Lees meer over de training Over grenzen